Michael reisde mee met de eerste fiets- en vaarvakantie van Boat Bike Tours in Egypte. Alleen, met zijn camera in de hand, stapte hij in februari vanuit de Nederlandse kou in een compleet andere wereld: zon, zand, tempels, drukke steden, groene oevers langs de Nijl en een reisprogramma vol geschiedenis. In dit reisverslag neemt hij u mee langs de momenten die hem het meest zijn bijgebleven.

“Er is een verschil tussen toeristen en reizigers,” zegt onze Egyptische reisleider en ervaren egyptoloog Maged tijdens de laatste busrit door Caïro. Zijn stem kraakt over de speakers van de bus. Buiten is het 17 februari en 35 graden in de warme woestijnzon. Het is druk op de weg. Na een tijdje verandert het uitzicht. Huizen en flats maken plaats voor een eindeloze woestijn, met elektriciteitsmasten en kabels die tot ver in de verte reiken. En dan zijn ze daar opeens.

U heeft ze al honderden keren gezien. Op foto’s, in documentaires, in schoolboeken. Toch is niets te vergelijken met het moment waarop ze in het echt voor u opdoemen. Na bijna twee weken reizen langs de Nijl per schip en fiets voelt dit niet als zomaar een hoogtepunt. Het is de culminatie van alles wat eraan voorafging.
Maged legt uit wat hij bedoelt. Toeristen vergelijken, zegt hij. Ze vergelijken torens, eten, gebruiken en gewoontes met thuis. Reizigers vergelijken niet. Die beleven. Die dompelen zich onder in het land dat ze bezoeken.
Op dat moment begrijp ik beter wat deze reis met mij heeft gedaan. Natuurlijk zijn we óók toerist. We maken foto’s, selfies en groepsbeelden van de piramiden en de Sfinx. Dat hoort erbij. Maar na deze bijzondere reis kijkt u anders. U heeft niet alleen monumenten gezien, maar ook iets geleerd over het land, de mensen, de religies, de tradities en de geschiedenis erachter.
Deze reis was een educatie. En wij waren niet alleen reizigers, maar ook een beetje pioniers. De eerste groep die deze fiets- en vaarvakantie in Egypte maakte. We hebben bewezen dat het kan.

Mijn reis begon in ijskoud februari. Van sneeuw en kou stapte ik uit het vliegtuig in dertig graden zon en zand op de luchthaven van Hurghada. De eerste dagen verbleven we in El Gouna, aan de Rode Zee. Een rustige plek met een helderblauwe marina, restaurants aan het water en een hotel met palmbomen en uitzicht op zee. Het voelde als een zachte landing: even wennen, kennismaken en toeleven naar de fietsreis en vaartocht die nog zouden volgen. Toch trok er al snel iets in mij naar het westen. Naar de Nijlvallei.
Op de derde dag werden onze koffers na het ontbijt verzameld bij de bus. We reden met zijn allen door de grauwe oostelijke woestijn, waar het internet ons niet meer bereikte, richting Qina. Onze eerste blik op de beroemde Nijl kregen we vanaf een brug. Daar lag de rivier die al duizenden jaren de bron van het leven in Egypte is. Vanaf dat moment begon de reis echt.

Deze reis zat propvol bezichtigingen, ervaringen en tempels vol eeuwenoude geschiedenis. De organisatoren wilden duidelijk indruk maken. Dat voelde je aan alles. Het was veel, maar het was het waard. De bedoeling was om kanten van Egypte te laten zien die reizigers hiervoor nog niet op deze manier hadden gezien. Niet alleen de beroemde monumenten, maar ook het land ertussenin. De dorpen, de wegen, de rivier, het dagelijkse leven langs de Nijl.
En dat is precies wat fietsen doet. U kijkt niet alleen vanuit een busraam naar buiten, maar beweegt door het landschap heen. U voelt de warmte, ruikt de lucht, hoort het verkeer, ziet kinderen zwaaien en merkt hoe mensen reageren wanneer een groep fietsers voorbijrijdt.
Veel mensen denken bij Egypte vooral aan woestijn, piramiden en grote tempels. Maar langs de Nijl is het land groen, vruchtbaar en levendig. We fietsten langs landbouwgebieden, dadelpalmen, dorpen, suikerrietvelden en wegen waar normaal nauwelijks toeristen komen. Juist op de fiets zag ik Egypte van dichtbij.

Onze eerste grote tempel was Dendera, op de westelijke Nijloever bij Qina. Dendera was het begin van onze reis door de geschiedenis. De tempel is indrukwekkend, met pilaren en plafonds vol geschriften en gerestaureerde tekeningen. Maar tijdens deze reis leerde ik al snel dat de stenen pas echt betekenis krijgen door de verhalen erachter.
Via de whisper-devices fluisterden de egyptologen de uitleg letterlijk in onze oren. Ze vertelden wat er op de muren stond, waar de tempels in de geschiedenis thuishoorden en welke verhalen achter de beelden en inscripties schuilgingen. Zonder die uitleg mist u de context. Dan ziet u vooral ruïnes, pilaren en reliëfs. Indrukwekkend, zeker, maar toch blijft het afstandelijker. Zonder de verhalen is het maar een stapel stenen.
Soms stond ik midden in een ruïne, sloot mijn ogen en probeerde me voor te stellen hoe het hier ooit was. Toen deze tempelcomplexen nog bewoond en gebruikt werden. Voordat water, zand en tijd zich meester maakten van de stenen.

Na een lange busrit in het donker kwamen we aan in Luxor. Daar wachtte ook een belangrijk onderdeel van onze reis: de Nebu. Van buiten oogde het schip misschien een beetje vierkant, maar vanbinnen maakte het een heel andere indruk. Wat een luxe. Vier etages, een bovendek met zwembad, een ruime lounge, een restaurant en comfortabele hutten. Mijn hut was een oase van rust in een hectische week vol verrassingen, met een goed bed, airconditioning en uitzicht over de Nijl.
Na volle dagen vol hitte, indrukken en tempels was het schip een plek om bij te komen. Dat is een van de fijne kanten van een fiets- en vaarvakantie: overdag bent u actief onderweg, maar u hoeft niet steeds van hotel te wisselen. Het schip reist met u mee.
En ondertussen is de Nijl steeds dichtbij. Vanaf het dek ziet u het landschap langzaam voorbijglijden: palmen, dorpen, akkers, vogels, bruggen en soms nevel boven het water. Langs de rivier ziet u telkens hetzelfde bijzondere contrast. Aan de ene kant groen en leven. Aan de andere kant zand, rotsen en woestijn. De Nijl is hier geen achtergrond. Het is de levensader van het land.

De dagen rond Luxor brachten ons door de stad en het landschap eromheen. De stad is chaotisch, met de geur van benzine in de lucht. Zwerfhonden steken over, kinderen op ezels kruisen de rotondes en motors en oude auto’s rommelen over het wegdek. Maar iedereen leek vrolijk wanneer ze ons zagen.
“Welcome to Luxor,” riepen mensen naar ons. Kinderen zwaaiden, lachten en gaven high fives wanneer we stopten. Met onze entourage van beveiliging, toeristenpolitie, reisleiding en een busje met water en snacks achter ons aan, waanden we ons soms in de Tour de France. Ik voelde me bijna Sinterklaas, op de manier waarop de kinderen langs de weg ons begroetten. Ze waren zo blij om ons te zien. Misschien stonden we wel in het nieuws, dacht ik. De eerste fietsreis door Egypte.
Ondertussen hoorden we overal in het land de oproep tot het islamitisch gebed over luidsprekers galmen. Als we de snelweg op gingen, stond de beveiliging ons bij en zorgden onze reisleiders ervoor dat auto’s netjes langs ons reden of genoeg ruimte gaven om de juiste afslag te nemen. Het was warm. Elke dag. Warmer dan normaal. Het asfalt was heet, maar de wind op de fiets was koel.

Onderweg bezochten we Karnak, voor mij het indrukwekkendste tempelcomplex van de reis. Na de fietsrit zetten we onze fietsen neer tussen de grote toeristenbussen en liepen we via het bezoekerscentrum naar binnen.
Karnak is enorm. Een openluchtmuseum vol tempels, obelisken, pilaren, ruïnes en een heilig meer. Er was zoveel te zien en zoveel geschiedenis om te horen. Soms was ik zo druk met mijn camera dat ik de gidsen niet eens goed hoorde. Er was gewoon te veel moois om vast te leggen. Tussen de obelisken en standbeelden staat ook een scarabee op een pilaar. Ze zeggen dat zeven rondjes eromheen, tegen de klok in, geluk brengen. Ik ben niet bijgelovig, maar ik heb mijn rondjes toch maar gemaakt. Grappig toch.
Later kwamen we aan bij de Luxortempel. Bij de ingang staan enorme standbeelden van Ramses II. Voor die beelden staat een grote obelisk. Een paar jaar eerder had ik in Parijs op de Place de la Concorde nog de andere obelisk gezien. Nu stond ik op de plek waar die ooit vandaan kwam.

De mooiste fietsdagen waren niet altijd de dagen met de beroemdste bezienswaardigheden. Vaak waren het juist de stukken ertussen. We reden door het platteland van Luxor, langs de Nijl, over wegen die nog niet eerder voor toeristen waren geopend. Langs dorpen, dadelpalmen en velden reden we naar het zuiden. We zagen mannen werken, kinderen spelen, dieren langs de weg, kleine winkels, stof, verkeer en steeds weer de rivier in de buurt.
Op de fiets heeft u tijd om dat op te merken. U bent langzaam genoeg om te kijken en snel genoeg om steeds opnieuw verrast te worden. Natuurlijk is fietsen in Egypte anders dan fietsen in Nederland. Het verkeer is drukker, de hitte intenser en de omgeving vraagt soms meer aandacht. Maar we werden goed begeleid. De reisleiding, beveiliging en het busje met water en snacks zorgden ervoor dat we veilig en goed verzorgd op pad konden.
In Egypte heb ik me geen enkel moment onveilig gevoeld. Ook niet op drukke plekken of bij straatjes met verkopers, al kunnen die soms volhardend zijn. Het hoort bij het reizen daar: vriendelijk blijven, rustig doorlopen en soms gewoon respectvol negeren. Ook dat is deel van de ervaring. Egypte is niet gladgestreken. Het is levendig, druk, warm, vriendelijk, soms intens en vaak verrassend.

Verder naar het zuiden veranderde de sfeer opnieuw. In Aswan was het warm, kleurrijk en rustiger. We fietsten over een enorme brug naar de westelijke kant van de Nijl en bezochten Nubische dorpen en een school, waar we een indruk kregen van hoe mensen daar leven.
Toen de avond viel, fietsten we naar de oever van de Nijl. Daar stapten we op traditionele felucca’s om terug te varen naar de andere kant van de rivier, terug naar ons schip. De vroege en snelle zonsondergang was vaak de enige manier waarop we merkten dat het winter was. Na vieren viel de schemer snel en kleurde de horizon prachtig.
De volgende ochtend voeren we opnieuw in zulke boten door de natuur rond Aswan. Het gebied was prachtig: een natuurreservaat vol vogels, met uitzicht over het water. We werden afgezet in een Nubisch dorp met een levendige marktstraat. Vooral de gekleurde huisjes vielen op, fel en vrolijk in de zanderige straatjes.
Een van de indrukwekkendste bezoeken rond Aswan was de tempel van Philae. Door het stijgende water moest deze tempel worden gered en steen voor steen worden verplaatst naar een hoger gelegen eiland. Dat zoveel mensen hebben geholpen om deze geschiedenis te bewaren, vond ik indrukwekkend.

Op een van de warmste ochtenden reisden we niet per fiets naar de Vallei der Koningen. De hitte was te intens. De Vallei der Koningen was drukker dan Disney, maar indrukwekkend bleef het. Verborgen in een zanderige vallei onder een piramideachtige berg liggen de tombes van de koningen. Misschien liggen er nog steeds meer graven verscholen onder de rotsen.
Voor de tombe van Toetanchamon moest extra betaald worden, maar die kon ik natuurlijk niet missen. Het is de kleinste tombe. Onderin stond de glazen sarcofaag en daar kwam ik oog in oog met de jonge farao zelf. Toetanchamon ligt nog altijd in zijn tombe. Niet als het gouden icoon dat iedereen kent, maar verschrompeld door de tijd. Nederig zonder zijn gouden maskers, die we later die week in het Grand Egyptian Museum zouden zien.
Dat moment bleef me bij. Niet alleen omdat Toetanchamon beroemd is, maar omdat hij daar ineens heel menselijk werd.

Na onze laatste dag aan boord van de Nebu in Opper-Egypte vlogen we vanaf Luxor naar Caïro. Daar verruilden we het schip voor een hotelkamer en begon een ander deel van de reis.
Caïro voelde meteen als een wereldstad. Meerbaanswegen vol auto’s, oude wijken, moskeeën, kerken, musea en eindeloze beweging. Fietsen deden we hier niet meer: alles ging met de bus. We bezochten de witte moskee van Muhammad Ali, hoog boven de stad op de oude citadel. Binnen keken we omhoog naar een schitterend en rijk gedecoreerd koepelplafond. Adembenemend.

De laatste dag bracht ons naar de piramiden van Giza en de Sfinx. Als kers op de taart bezochten we daarna het nieuwe Grand Egyptian Museum.
De tijd aan de voet van de piramiden zal ik altijd onthouden, al was het maar een wandeling, al was het maar één steen van deze indrukwekkende bouwwerken die ik heb kunnen beklimmen. En de Sfinx: u kunt elke foto gezien hebben, maar niets kan op tegen het echte werk. U staat er echt.
In het Grand Egyptian Museum werden we begroet door een gigantisch standbeeld van Ramses II. Na een lange roltrap langs stenen monumenten en standbeelden kwamen we bij afdelingen vol relieken. Het museum is prachtig en modern. U kunt er met gemak uren rondwandelen. Maar het meest indrukwekkend was natuurlijk de Toetanchamon-vleugel, met alle schatten uit zijn kleine tombe: ceremoniële dolken, strijdwagens, sarcofagen en schitterende gouden maskers.
De rij voor een foto met het iconische dodenmasker was lang. Het leek wel het Louvre. Maar ik moest toch even blijven staan om ernaar te kijken en het in mijn geheugen op te slaan.

Ik reisde alleen. Tussen stellen, vrienden en groepen bewoog ik me vaak op mezelf, met mijn camera in de hand. Juist daardoor zag ik dingen misschien anders. Ik nam de tijd. Bleef soms net wat langer staan. Wachtte op dat ene moment dat zich aandiende. Maar geen moment voelde het echt alleen. Daarvoor was de reis te rijk, de groep te betrokken en de ervaring te intens.
Het fietsen door Egypte is warm, soms zwaar, maar juist daardoor zo bijzonder. U rijdt langs de groene oevers van de Nijl, door rotsachtige valleien en stoffige dorpen en ineens weer door drukke steden waar het leven zich om u heen afspeelt.
Dit is geen reis die u even “doet”. Het is geen lijstje dat u afvinkt. Daarvoor is het te veel, te gelaagd en te indrukwekkend. Tempels, verhalen, landschappen, ontmoetingen: alles loopt in elkaar over terwijl u er middenin zit. Pas later merkt u wat blijft hangen.

Zo eindigde deze eerste fiets- en vaarvakantie langs de Nijl en verder. Het was een reis om nooit meer te vergeten. Een reis vol indrukken. Zoveel zelfs, dat het soms moeilijk is om alles meteen te plaatsen. Maar misschien hoort dat juist bij Egypte. Het land laat zich niet in één beeld vangen.
Ik denk terug aan de kinderen die zwaaiden langs de weg. Aan de high fives. Aan de hitte op het asfalt en de koele wind op de fiets. Aan de tempels die pas echt betekenis kregen door de verhalen van onze gidsen. Aan de Nebu, ons drijvende thuis op de Nijl. Aan de kleurrijke Nubische dorpen, de tombes in de Vallei der Koningen, de chaos van Caïro en de eerste blik op de piramiden.
En ik denk terug aan Maged. Aan zijn woorden in de bus, vlak voordat de piramiden voor ons verschenen: “Er is een verschil tussen toeristen en reizigers.”
Misschien begint iedereen in Egypte een beetje als toerist. U komt voor de beelden die u al kent: piramiden, farao’s, tempels, de Nijl. Maar als u de tijd neemt, als u luistert naar de verhalen, als u door dorpen fietst en niet alleen naar monumenten kijkt, verandert er iets. Dan ziet u niet alleen een land vol geschiedenis. Dan begint u iets te begrijpen van het land zelf.
Ik kwam naar Egypte met mijn camera, nieuwsgierig naar een nieuwe fiets- en vaarvakantie in een land dat ik vooral kende uit boeken, films en foto’s. Ik vertrok met veel meer dan beelden. U kunt naar Egypte komen als toerist. Maar als u het toelaat, vertrekt u als reiziger.

Droomt u ook van een reis waarin fietsen, varen en bijzondere ontmoetingen samenkomen? Ontdek Egypte op een manier die u niet snel vergeet: van de groene oevers van de Nijl en eeuwenoude tempels tot kleurrijke Nubische dorpen, levendige steden en natuurlijk de piramiden van Giza.
Ontdek onze unieke reis langs de Nijl en laat u verrassen door de rijke geschiedenis, het dagelijkse leven en de bijzondere landschappen van Egypte.
Wilt u uw reis plannen of heeft u vragen? Bel ons op 020 72 35 400 of stuur een e-mail naar info@boatbiketours.com. We helpen u graag.